Klassieke tonsillectomie (amandelen verwijderen)

///Klassieke tonsillectomie (amandelen verwijderen)
Klassieke tonsillectomie (amandelen verwijderen)2016-05-04T22:05:10+00:00

De klassieke tonsillectomie (vanaf nu tonsillectomie genoemd) is een chirurgische ingreep waarbij de keelamandelen (tonsillen) onder algehele narcose operatief verwijderd worden. De tonsillectomie is een in Nederland frequent uitgevoerde operatie.

Indicaties voor een tonsillectomie:

Er zijn verschillende indicaties om een tonsillectomie uit te voeren:

  • Recidiverende tonsillitiden: Terugkerende ontstekingen van de keelamandelen. Deze gaan vaak gepaard met koorts en keelpijn. Het verwijderen van de keelamandelen voorkomt deze tonsillitiden. Keelontstekingen, niet uitgaand van de keelamandelen, kunnen nog steeds optreden.
  • Peritonsillair abces: Als complicatie van een tonsillitis kan een peritonsillair abces ontstaan. Dit is een abces buiten het kapsel van de keelamandel dat meestal slechts aan één zijde bestaat. Het abces kan zich uitbreiden naar andere delen van het lichaam (met name hals en thorax), waardoor een levensbedreigende situatie kan ontstaan. Een peritonsillair abces kan een goede reden zijn om (vaak in een later stadium als het abces behandeld is) een tonsillectomie uit te voeren.
  • Snurken en slaapapneu (OSAS): Forse keelamandelen kunnen aanleiding zijn tot snurken en slaapapneu (ademstops tijdens het slapen). Het verwijderen van de keelamandelen kan het snurken en de slaapapneu verminderen.
  • Tonsilstenen (detritus): Tonsilstenen zorgen met name voor een vieze adem (halitose). Indien deze steentjes niet met hygiëne adviezen te behandelen zijn kan het verwijderen van de keelamandelen een oplossing zijn.
  • Slikklachten: Forse keelamandelen kunnen ertoe leiden dat het slikken van vast voedsel moeilijk gaat. Indien de keelamandelen chronisch vergroot zijn kan een tonsillectomie geïndiceerd zijn.

Hoe wordt een tonsillectomie uitgevoerd:

Let op: een tonsillectomie kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. De chirurg zal altijd een op de patiënt toegespitste ingreep uitvoeren.

De klassieke tonsillectomie wordt gepland in een dagopname of korte klinische opname.

  • Er wordt een (perifeer) infuus aangelegd.
  • De patiënt wordt op de operatiekamer onder algehele narcose gebracht.
  • De patiënt wordt in rugligging geplaatst waarna de patiënt geïntubeerd wordt.
  • In de mond wordt een mondspreider aangebracht.
  • Er wordt een (Alyss) klem aangebracht op de bovenpool van de tonsil.
  • Vervolgens wordt er een incisie gemaakt door de anterieure pijler van de tonsil om het onderliggende kapsel in beeld te krijgen.
  • De incisie wordt dicht op de anterieure plooi gemaakt en wordt door de mucosa verlengd tot de basis van de tonsil. De ruimte kan, indien nodig, vergroot worden met behulp van een schaar.
  • Met behulp van een tonsiltang wordt vervolgens de tonsil verwijderd.
  • Er worden gazen aangebracht om het bloeden te stelpen en zo nodig volgt coagulatie van bloedende vaten.
  • De mondspreider wordt indien het wondbed droog is uitgenomen.
  • Na de operatie wordt de patiënt opgenomen op de dagbehandeling. Er wordt pijnmedicatie gegeven.

Risico’s  en complicaties van een klassieke tonsillectomie:

Elke ingreep kent potentiele risico’s en complicaties. Bij de klassieke tonsillectomie zijn dit (1):

  • Narcose risico’s: bij de klassieke tonsillectomie wordt men onder narcose gebracht. Hiervoor worden er verschillende medicijnen toegediend.
  • Nabloeding: Het grootste risico van een tonsillectomie is nabloeding. De tonsillen zijn goed doorbloed en hebben een uitgebreide bloedvoorziening. Tot 10 dagen na de ingreep kan er een nabloeding optreden. Dit is een potentieel zeer gevaarlijke gebeurtenis. Indien er een nabloeding optreedt dient de patiënt direct naar het ziekenhuis / eerste hulp te gaan. Nabloedingen worden bij 1-8% van de ingrepen gezien (1).
  • Infectie: Tijdens een tonsillectomie worden er wonden in de mond gemaakt (de tonsillen moeten immers losgemaakt worden voordat ze uitgenomen kunnen worden). Iedere wond kan gaan ontsteken. Het kan nodig zijn om een wondinfectie met antibiotica te behandelen.
  • Schade aan tanden of tong of huig: Bij een operatie in de mond is er altijd kans op schade van omliggende structuren, in dit geval de andere structuren in de mond.
  • Pijn: Na de operatie wordt er zeker tot een week keelpijn gevoeld, deze pijn wordt door de operatiewonden veroorzaakt. Ook wordt er vaak enkele dagen pijn aan het oor gevoeld. Deze pijn is zogenaamde referred pain vanuit het wondgebied in de mond. De verantwoordelijke zenuw is de nervus glossopharyngeus. De keelpijn kan door verminderde inname van voedsel en vloeistoffen tot uitdroging leiden.
  • Velopharyngeale Insufficiëntie: VPI is een zwakte van het palatum dat op kan treden na het verwijderen van de keelamandelen. Deze zwakte treedt met name op bij mensen met een reeds bestaande anatomische afwijking van het gehemelte, bijvoorbeeld bij een schisis. Bij patiënten met afwijkingen van het gehemelte is er dus terughoudendheid bij het indiceren van een tonsillectomie.

Alternatieven voor een tonsillectomie:

Afhankelijk van de klachten die de keelamandelen geven zijn er diverse andere opties mogelijk. In principe is een zogenaamd afwachtend beleid mogelijk waarbij de operatie uitgesteld wordt en er gekeken wordt of de klachten vanzelf afnemen.

Een andere belangrijk alternatief dat in steeds meer landen zijn intrede vindt is de lasertonsillotomie. Hierbij worden de keelamandelen, meestal onder plaatselijke verdoving van de keelamandelen (en dus niet onder narcose), in gemiddeld 15 tot 30 minuten weggelaserd. Grote voordelen ten opzichte van de klassieke tonsillectomie zijn het ontbreken van narcose, een korter herstel met minder pijnklachten én een lager risico op nabloeding en velopharyngeale insufficiëntie. Een relatief nadeel is het feit dat er (bij een minderheid van de patiënten) op termijn een tweede laserbehandeling nodig kan zijn.

Meer informatie over de lasertonsillotomie kunt u hier vinden.

Bronnen:

  1.  Randall DA. Complications of tonsillectomy and adenoidectomy. Otolaryngol Head Neck Surg. 1998 Jan;118(1):61-8